Franz Cumont

Il vaut mieux s'exposer [aux critiques] que de ressembler au dragon de la fable dans l'antre où il garde jalousement un trésor stérile. L'essentiel est de mettre à la disposition commune des travailleurs les matériaux qu'ils feront entrer dans leurs constructions futures.
(F. Cumont, Fouilles de Doura-Europos, Paris, 1926, p. vii.)

Franz Cumont en de Academia Belgica

Franz Cumont (1868 – 1947), wetenschapper met internationale reputatie en gerenommeerd voor zijn werk over Mithras en de verspreiding van de oosterse religies in het Romeinse Rijk, zette zich actief in voor de oprichting van de Academia Belgica waarvan hij de eerste Voorzitter van de Raad van Bestuur was: van mei 1939 – datum van de oprichting van de Academia – tot 1947 – het jaar van zijn dood.

Als blijk van zijn gehechtheid aan de Academia Belgica schenkt Franz Cumont in 1947 zijn zeer rijke persoonlijke bibliotheek aan de instelling met meer dan 15.000 volumes en uittreksels, waaronder zijn complete wetenschappelijke oeuvre en talrijke boeken en artikels voorzien van persoonlijke aantekeningen.

Aan deze verzameling werden, per testament, zijn archieven toegevoegd en kort na zijn dood zijn correspondentie met meer dan 12.000 brieven die aan hem werden gericht zodat deze kunnen bijdragen aan onderzoek.

 

Analyse, studie en evaluatie van het Fonds Franz Cumont

De Academia Belgica heeft zich steeds ingezet om de intellectuele erfenis van Franz Cumont en het uitzonderlijk patrimonium dat de geleerde heeft nagelaten, te bevorderen. Al deze "sporen" die thans bewaard worden door de Academia tonen hoe Cumont zijn gedachten organiseerde, de nagedachtenis van zijn activiteiten bewaarde, een netwerk van samenwerkingen en uitwisselingen organiseerde ... De archieven werpen ook een unieke blik op een historierijke maar tumultueuze periode: de opstart van belangrijke archeologische sites, zoals Ara Pacis te Rome; de onverwachte ontdekking van sites en bronnen, zoals de synagoge van Doura-Europos in Syrië; maar ook het kolonialisme, het opkomende fascisme in Italië, de twee wereldoorlogen, enz.

Sinds een twintigtal jaren is de Academia Belgica een extensief onderzoeksproject begonnen met als doel de analyse en de systematische digitalisering, in de vorm van een database, van het geheel van de archieven en de correspondentie van Franz Cumont die zij in haar bezit heeft en bewaart. Dit project van lange adem is nog steeds lopend.

Tegelijkertijd leidt en steunt de Academia Belgica de volledige en kritische heruitgave van de werken van Franz Cumont (Bibliotheca Cumontiana).

Om de resultaten van het onderzoek op te waarderen, organiseert de Academia Belgica tenslotte regelmatig colloquia in samenwerking met andere academische instellingen over het wetenschappelijke karakter en het belang van de werken van Franz Cumont.

✻ ✻ ✻
I fiamminghi e l'Italia

Sinds de oprichting van de Academia Belgica in 1939 vormt de aanwezigheid in Rome van de fiamminghi (d.w.z. de inwoners van de Lage Landen of het Prinsbisdom Luik), in het bijzonder op artistiek vlak, een centraal onderzoeksthema van het instituut. De publicaties van onder andere P. Liebaert, D. Coekelberghs, D. Bodard en N. Dacos, zijn hier een mooi voorbeeld van. De werken van G. Hoogewerff, oud-directeur van het Nederlands Instituut te Rome, is nog een andere belangrijke bijdrage aan dit thema. Tenslotte getuigen de recente publicaties van G. Sapori, L. Lorizzo, M. Berti en E. Corswarem van een hernieuwde interesse voor het Vlaamse artistieke milieu in Rome.

Deze hernieuwde interesse past in een grotere beweging waarin men de laatste jaren steeds meer onderzoek ontwikkelt naar de buitenlandse aanwezigheid in de Eeuwige Stad. In dit verband kunnen we verwijzen naar het onderzoek naar forestieri geleid door S. Cabibbo, de onderzoeken naar buitenlandse broederschappen door onder andere A. Virot, of het onderzoeksprogramma onder leiding van S. Kubersky naar de aanwezigheid van de Duitse natie in Rome.

Er is echter nood aan een systematische en diachronische studie over de aanwezigheid van Vlaamse kunstenaars in Rome.

Bijgevolg bevordert de Academia Belgica voortdurend het onderzoek dat als onderwerp I fiamminghi e l'Italia heeft of zich op meer algemene wijze richt op de relaties tussen de Zuidelijke Nederlanden en het Italiaanse schiereiland.

Van 2014 tot 2020, heeft de Academia Belgica dankzij de financiële steun van het Fonds Baillet Latour, verschillende activiteiten aangemoedigd die de aanwezigheid van de fiamminghi op het Italiaanse schiereiland in kaart brengen door middel van artistieke bronnen die bewaard zijn gebleven in de archieven van Italiaanse en Belgische bibliotheken en fondsen (verslag activiteiten).

Early Modern Prints from the Low Countries in Italian Collections

In samenwerking met verschillende Italiaanse en buitenlandse partners heeft de Academia Belgica namelijk een onderzoeksproject ontwikkeld betreffende de identificatie en de digitale registratie van gravures uit de Nederlanden die bewaard zijn gebleven in publieke Italiaanse collecties, en in het bijzonder te Rome. Dit project, onder toezicht van een internationaal wetenschappelijk comité bestaande uit specialisten in dit domein, werd voltooid in 2020 met de steun van onderzoekers-bursalen gefinancierd door het Fonds Baillet Latour. Zij hebben de gravures geïdentificeerd, de gegevens verzameld en verwerkt, onder toezicht van coördinatoren. Tot nu toe werden reeds vier Romeinse bibliotheken geanalyseerd: de Biblioteca Apostolica Vaticana, de Biblioteca Angelica, de Biblioteca Casanatense en de Biblioteca Corsiniana.

✻ ✻ ✻
Het gebouw en het origineel meubilair van de Academia Belgica

Het gebouw van de Academia Belgica, een architecturale parel die de modernistische en Art Deco bouwstijlen verenigt, werd opgetrokken tussen 1937 et 1939 door de Italiaan Gino Cipriani (1890-1972) en de Brusselaar Jean Hendrickx-Van den Bosch (1890-1961). Zij ontwierpen ook het origineel meubilair dat grotendeels bewaard is gebleven. Gino Cipriani is nog relatief bekend in Italië, maar de Brusselaar Jean Hendrickx-Van den Bosch is echter verdwenen tussen de plooien van de geschiedenis. Nochtans was hij de architect van het Brusselse Noordstation (een project van P. en J. Saintenoy) en verschillende kantoorgebouwen zoals bijvoorbeeld dat van het bedrijf Electrolux.

Ondanks het unieke karakter en de onmiskenbare cultuurhistorische waarde van het gebouw en originele meubilair van de Academia Belgica, waren deze nog nooit het onderwerp van een diepgaand onderzoek. Daarom is een meerjarig onderzoeksproject gestart om de verschillende fases van de constructie van het gebouw en het originele meubilair te bestuderen, de artistieke stijlen in context te brengen en de inzet ervan binnen de Belgisch-Italiaanse relaties in de bijzondere vooroorlogse context te evalueren. Het project voorziet ook de opmaak van een inventaris van het meubilair en het opstellen van gedetailleerde fiches met de beschrijving van hun staat van bewaring in het licht van een toekomstige restauratie van verschillende stukken. Aangezien het om meubelen gaat die nog steeds in gebruik zijn (onder andere in de kamers van de residenten) is de herstelling in hun oorspronkelijke staat voor sommige stukken noodzakelijk. Een studie en bijzonder beraad in die zin zijn dan ook onontbeerlijk.

Om het project tot een goed einde te brengen kan de Academia Belgica op de steun van verschillende partners rekenen. Zij geniet namelijk van de steun van de onderzoeksgroep Architecture, Interiority, Inhabitation van het Departement Architectuur van de KU Leuven, waarvan één van de projecten bestudeert hoe België zich, sinds haar oprichting, heeft geprofileerd naar het buitenland toe door middel van de architectuur en interieurinrichting van haar ambassades (promotoren : Prof. Dr. Anne-Françoise Morel en Prof. Dr. Fredie Floré). 

De studie richt zicht zich deels op de systematische analyse van de historische archieven van de Academia Belgica te Rome, die de originele voorbereidende plannen, tekeningen en schetsen bewaren van het gebouw (plannen, oprichting van de gevels, architecturale details, enz.) en van haar interieurinrichting, alsook van de zalen en burelen (originele tekeningen voor de boekenrekken, deuren, tafels, burelen, lampen voor de bibliotheek, enz.) en van de kamers voor de onderzoekers en kunstenaars in residentie (originele tekeningen voor de stoelen, kleerkasten, ladekasten, enz.). De archieven bevatten eveneens de modellen en stalen bezorgd door de fabrikanten voor verschillende meubels en accessoires (luiken, deurknoppen, wastafels, enz.) alsook alle administratieve documentatie gelinkt aan de uitvoering van het architecturale en interieurproject.

Dankzij de genereuze steun van het Fonds René en Karin Jonckheere, dat beheerd wordt door de Koning Boudewijnstichting, zullen deze tot nu toe onuitgeven documenten gefotografeerd en gedigitaliseerd worden met het oog op hun vollledige inventarisatie en de creatie van een publieke databank gewijd aan de villa van de Academia Belgica. Parallel hieraan zullen maatregelen genomen worden voor de optimale conservatie van de stukken.

Om dit project tot een goed einde te brengen kan de Academia Belgica rekenen op de samenwerking met het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) dat over de technische kennis en het adequate materiaal beschikt voor het fotograferen van de plannen op groot formaat. Deze samenwerking is des te meer waardevol aangezien de clichés ook opgenomen zullen worden in de fototheek van dit instituut die als belangrijke missie heeft het fotografisch inventariseren van het Belgisch patrimonium, waartoe de plannen en tekeningen van het gebouw van de Academia Belgica ongetwijfeld behoren.

De onderzoeksresultaten zullen het onderwerp zijn van een boek gewijd aan de geschiedenis van de Academia Belgica, zowel vanuit institutioneel opzicht als vanuit cultuurhistorisch perspectief (voorziene verschijningsdatum: 2023; de publicatie wordt ook ondersteund door het Fonds René en Karin Jonckheere). De Academia Belgica denkt eraan om een tentoonstelling te wijden aan dit onderwerp.

✻ ✻ ✻
Onderzoeksprojecten – Archief

Culturen van het barokke spektakel tussen Italië en de Nederlanden (2010-2013)

Het driejarige federale wetenschapsproject Culturen van het barokke spektakel tussen Italië en de Nederlanden had als doel om, vertrekkend vanuit een multimediale analyse van de feesten tijdens de barok periode, verschillende factoren te bestuderen (technisch, economisch, artistiek, politiek en religieus) en zodoende een culturele analyse te brengen van het begin van de moderne tijd. Het vertrekpunt is de studie van de religieuze vieringen die de nauwe band tussen Rome en de katholieke Nederlanden aantonen. Het project werd gefinancierd door de Belgian Science Society onder de auspiciën van de Academia Belgica, het Belgisch Historisch Instituut te Rome en de Nationale Stichting Princes Marie-José.

Het project organiseerde een uiteenlopend programma van activiteiten in Rome en België. Onder de meest recente publicaties vermelden we:

Cultures du spectacle baroque. Cadres, expériences et représentations des solennités religieuses entre Italie et anciens Pays-Bas
Ed. R. Dekoninck, M. Delbeke, A. Delfosse, C. Heering, K. Vermeir, IHBR, Artes, 10, Brepols Publishers, 2019. 364 p. : ISBN : 978-90-74461-93-1. Dit volume verzamelt een reeks studies die geleid en/of voorgesteld werden in het kader van het onderzoeksprogramma Culturen van het barok spektakel tussen Italië en de Nederlanden. Het beoogt de historische en theoretische analyse van spectaculaire feesten en interesseert zich in het bijzonder voor de effecten geproduceerd door apparaten die speciaal voor deze type feesten werden gebruikt. Om het veld te verbreden, dat overigens reeds diepgaand werd onderzocht inzake burgerlijke of koninklijke rituelen, ligt het accent op religieuze feesten. Rekening houdend met de verspreiding op Europese schaal en zelfs mondiaal vlak van een gamma aan feestmodellen, is het onderzoek gericht op de vergelijking tussen twee culturele gebieden, de Nederlanden en Italië die alhoewel ze een eigen feestcultuur ontwikkelen verankerd in de lokale tradities, ze ook uitwisselingen onderhouden die vanaf de 16de eeuw toenemen. Het gaat dus niet zozeer om de sporen van deze invloeden te beschouwen maar eerder om beter te begrijpen hoe deze twee culturen, onafhankelijk van elkaar en/of door contact met elkaar, tot hetzelfde begrip zijn gekomen inzake feestelijke belevenis en dit over het verschil in productiemiddelen heen.

Franz Cumont (1868-1947)

Historicus, epigraaf, archeoloog en numismaat Franz Cumont, geboren te Aalst op 3 januari 1868 is - volgens Professor Corinne Bonnet – niemand minder dan een alter ego van de beroemde Belgische historicus Henri Pirenne, nog een belangrijke figuur die de Academia Belgica ondersteunde. Cumont’s kennis overspande het gehele gebied van de Oudheid en hij beheerste het Syrisch, Hebreeuws en Sanskriet …

Na zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum van Brussel behaalt Franz Cumont een diploma Filosofie en Letteren aan de Universiteit van Gent in 1887 en zet vervolgens zijn studies verder in Bonn, Berlijn, Wenen en Parijs.

In 1892, op een leeftijd van amper 24 jaar, wordt hij benoemd tot professor aan de Universiteit van Gent en wordt al snel aangesteld als adjunct-conservator van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Jubelparkmuseum). Cumont is een gewaardeerde geleerde in het veld en wordt regelmatig uitgenodigd door het gerenommeerde Collège de France of de Universiteit van Oxford. Zijn onderzoek richt zich op de teksten en de monumenten van de Mithras cultus (een als oosters voorgestelde godheid, voornamelijk aanbeden in de Romeinse periode en waarvan men over het gehele rijk bronnen terugvindt). In 1906 publiceert hij « Les religions orientales et le paganisme romain », een synthese die vandaag nog steeds als een belangrijke historiografische referentie wordt beschouwd.

De publicatie kent een enorm succes. Franz Cumont maakt immers een pionierswerk: door het christendom in een historisch perspectief te plaatsen, toont hij aan dat de vreemde religies die zich over het Romeinse Rijk verspreiden nieuwe vormen van denken en communiteit introduceren en zo de weg vrijmaakten voor het christendom, hetgeen allerminst naar de zin was van de katholieke kerk! Het Ministerie verantwoordelijk voor de universiteiten nam hier aanstoot aan en de beroemde historicus werd onderworpen aan de vijandigheid van de oppermachtige katholieke partij. Wanneer de toenmalige minister – tegen het advies van de Gentse Faculteit – weigert om hem een cursus Romeinse geschiedenis toe te wijzen, neemt Cumont ontslag en verlaat Gent, en later ook België.

Van 1914 tot aan zijn dood in 1947 leeft Cumont, dankzij een familiefortuin, van rente en woont tussen Rome en Parijs, waar ook zijn broer woont. Hij beslist om zich vanaf nu uitsluitend aan zijn onderzoek te wijden en geeft lezingen over de hele wereld. Als een groot kenner van Anatolië en Syrië doorkruist hij deze gebieden op zoek naar inscripties en sites. Zijn naam is nauw verweven met de opgravingen van Doura-Europos en Apamea. In totaal zal hij ongeveer een duizendtal titels publiceren (boeken et artikels) met betrekking tot de oosterse religies in de Oudheid, astrologie en de geschiedenis van de oudheidkundige wetenschappen. Hij coördineerde bovendien een catalogus van Griekse astrologische manuscripten (in samenwerking met de professors Delatte, vader en zoon, van de l’ULg).

Als fervent voorvechter van de Academia Belgica sinds haar oprichting wordt hij aangesteld als de eerste Voorzitter van haar Raad van Bestuur, van 1939 tot 1947, het jaar van zijn dood.

Archieven en correspondentie

De archieven en de passieve correspondentie van Franz Cumont die bewaard worden in de Academia Belgica behelzen meer dan 17.000 documenten en bestrijken de periode van 1885 tot 1947. Ze getuigen van het buitengewone wetenschappelijke parcours van deze geleerde in het Europa op het einde van de 19de en tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw.

Ze bevatten:

  • Meer dan 12.000 brieven, grotendeels in het Frans, Duits, Engels en Italiaans, gericht aan Franz Cumont en geschreven door illustere geleerden zoals Jérôme Carcopino, Theodor Mommsen, Salomon Reinach of Georg Wissowa, en verschillende Belgische persoonlijkheden waaronder Eugène Goblet d’Alviella en Raoul Warocqué. Deze correspondentie werd in zijn geheel bestudeerd en genummerd (link database, “bibliotheek”).
  • Geschreven cursusnota’s van cursussen gevolgd door Franz Cumont in België en Duitsland
  • Manuscripten, deels onuitgegeven, artikels en boeken samengesteld door Franz Cumont alsook voorbereidende notities voor zijn publicaties
  • Bibliografische beschrijvingen
  • Verschillende documenten betreffende zijn wetenschappelijke en academische activiteiten
  • Dagboeken van reizen door het Oosten (Turkije in 1900 en Syrië in 1907), vergezeld van talrijke foto’s en een honderdtal dia’s
  • Een, onuitgegeven, handgeschreven dagboek van het begin van de Eerste Wereldoorlog in België
  • Meer dan 350 foto’s van sites en monumenten (waarvan sommige nog niet geïdentificeerd werden)

Bibliotheca Cumontiana

De Academia Belgica leidt en steunt de integrale heruitgave van de werken van Franz Cumont. In meerdere domeinen zijn deze werken van stichtend en blijvend essentieel belang. Zijn gedachtengoed vertegenwoordigt een belangrijk moment in de geschiedschrijving, dat nog steeds relevant is voor de vooruitgang in kennis en de evolutie van de vraagstellingen. Net daarom maakt de heruitgave van de werken van Cumont niet alleen deel uit van de geschiedschrijving maar ook van de hedendaagse historische en taalkundige disciplines.

De uitgave van de Bibliotheca Cumontiana omvat de reeksen Scripta Maiora, gewijd aan de kritische heruitgave van de belangrijkste werken van Franz Cumont, en Scripta Minora, waarin Cumont’s artikels thematisch worden gebundeld. De beste onderzoekers in hun domein werken mee aan de twee reeksen en worden gesuperviseerd door een wetenschappelijk comité bestaande uit professors van de belangrijkste Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen.

SCRIPTA MAIORA

De Scripta Maiora bestaat uit de heruitgave van de belangrijkste werken van Franz Cumont. Elk heruitgegeven volume is voorzien van een inleiding over de wordingsgeschiedenis van het werk, de bronnen, de methodes, de vraagstellingen en de ontvangst, opgesteld door specialisten uit het domein van het betreffende onderzoek.

Sinds 2017 zijn de werken van Franz Cumont openbaar gesteld. Daarom werd er beslist om de boeken die nog niet heruitgegeven werden vrij toegankelijk te maken, door middel van de internetsite van de Academia Belgica. De respectievelijke inleidingen van deze werken zullen gehergroepeerd worden in twee, nog te verschijnen, volumes :

1/ Introductions à Studia Pontica 1-3, Bruxelles 1903-1910 - Études syriennes, Paris 1917 - Fouilles de Doura-Europos 1922-1923, Paris 1926
2/ Introductions à After life in Roman Paganism, New Haven 1922 - L'Égypte des astrologues, Bruxelles 1937- Les Mages hellénisés, Zoroastre, Ostanès et Hystaspe, d'après le tradition grecque (avec J. Bidez), Paris 1938

Reeds verschenen volumes:

Les religions orientales dans le paganisme romain, Paris 1929 (4. ed.)

Ed. C. Bonnet (Toulouse) en F. Van Haeperen (Louvain), met de samenwerking van B. Toune.
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Maiora, 1, Torino, Nino Aragno, 2006, LXXVI, 406 p. : ill, ISBN : 978-88-8419-289-9.

Lux Perpetua, Paris 1949

Ed. A. Motte (Luik) en B. Rochette (Luik), met de samenwerking van B. Toune.
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Maiora, 2, Torino, Nino Aragno, 2010, CXLVIII, 594 p. : ill, ISBN : 978-88-8419-423-7. 

Les Mystères de Mithra, Bruxelles 1913 (3. ed.)

Ed. N. Belayche (Parijs, EPHE) en A. Mastrocinque (Verona), met de samenwerking van D. Bonanno.
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Maiora, 3, Torino, Nino Aragno, 2013. XC, 258 p. : ill, ISBN : 978-88-8419-610-1.

Recherches sur le symbolisme funéraire des Romains, Paris 1942

Ed. J. en J.Ch. Balty met de samenwerking van Ch. Bossu.
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Maiora, 4, Brepols Publishers, 2015. CLXVI, 548 p. : ill, ISBN : 978-90-74461-78-8.

Comment la Belgique fut romanisée. Essai historique, Bruxelles 1914

Ed. X. Deru (Lille) e G. Leman-Delerive (CNRS, Lille)
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Maiora, 4, Brepols Publishers, 2017. CLXVI, 548 p. : ill, ISBN : 978-90-74461-86-3.

 

SCRIPTA MINORA

De Scripta Minora bevat de heruitgave van de artikels van Franz Cumont. Elk volume verenigt verschillende artikels, per thema, en is voorzien van een inleiding door specialisten in het domein van het betreffende onderzoek en bieden zodoende een context voor de geschriften van Cumont.

Verschenen volumes:

Astrologie

Ed. B. Bakhouche (Montpellier) en D. Praet (Gent) met de samenwerking van A. Lannoy en E. Scheerlinck, Bibliotheca Cumontiana, Scripta Minora, 4, Brepols Publishers, 2015. LVII, 416 p. : ISBN : 978-90-74461-79-5.0.

Manichéisme

Ed. M. Tardieu (Collège de France) et D. Praet (Gent) met de samenwerking van A. Lannoy en A. Di Rienzo,
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Minora, 6, Brepols Publishers, 2017. XLIII, 209 p. : ISBN : 978-90-74461-87-0.

Doura-Europos

Ed. T. Kaizer (Durham), D. Praet (Gent) en A. Lannoy (Gent)
Bibliotheca Cumontiana, Scripta Minora, 7, Brepols Publishers, 2020. XCVVIII, 470 p. : ISBN : 978-94-92771-38-4.

Te verschijnen volumes:

Philosophie
Ed. D. Praet (Gent) en A. Lannoy (Gent)

Religions orientales et Cultes à Mystères
Ed. C. Bonnet (Toulouse), V. Pirenne-Delforge (Liège) en D. Praet (Gent)

Religions orientales et la transformation du paganisme
Ed. C. Bonnet (Toulouse), V. Pirenne-Delforge (Liège) en D. Praet (Gent)

Christianisme et Judaïsme
Ed. K. Demoen (Gent), A. Lannoy (Gent) en D. Praet (Gent)

Conferenties

  • In november 2006 wordt in de Academia Belgica een internationale conferentie georganiseerd, “Religions orientales dans le monde grec et romain : cent ans après Cumont (1906-2006)”, gewijd aan de bruikbare en ook problematische verbanden tussen hedendaags onderzoek en de overgeërfde criteria uit het verleden, in het bijzonder van de werken van Cumont.
  • Voor de 75e herdenking van het overlijden van Franz Cumont in 2022 plant de Academia Belgica een internationale conferentie in Rome gewijd aan de "sporen" van intellectuele activiteit die de geleerde heeft nagelaten, en aan de standpunten die de onderzoekswereld hebben ingenomen inzake de onderwerpen van zijn studies.

Het Fonds Baillet Latour

Het Fonds Baillet Latour, opgericht in 1974 door Graaf Alfred de Baillet Latour, algemeen bestuurder van de Brouwerij Artois tussen 1947 en 1980, heeft als doel initiatieven met een sterk humanitaire waarde te stimuleren, in het bijzonder deze met een wetenschappelijk, academisch, artistiek of sportief karakter en deze te belonen door middel van een prijs of studiebeurs, zonder winstbejag, en onafhankelijk van eender welke politieke, vakbonds-, filosofische of religieuze overtuiging. Het Fonds Baillet Latour is voornamelijk actief in de volgende domeinen : medisch onderzoek, het Belgisch cultureel patrimonium, universitaire opleiding en olympische gedachte.